
Marthe Posthumus
Consultant
Marthe Posthumus is een pragmatische en impact-focused consultant die op een creatieve en analytische wijze naar vraagstukken kijkt. Met haar achtergrond in innovatie en data en ervaring met strategie, innovatie, duurzaamheid, data-analyse en procesoptimalisatie kan zij projecten zowel op een strategische en analytische als operationele en praktische manier benaderen. Marthe houdt er van om complexe materie te analyseren en deze te vertalen naar visueel aantrekkelijke concepten. Haar ambitie is om bedrijven te helpen toekomstgericht te worden en daarmee de transitie naar een duurzame wereld te acceleren.

Kasja Oostindie
Consultant
Kasja is enthousiast over het begeleiden van bedrijven in de transitie naar een circulaire economie. Met haar ervaring in impact assessments, het geven van training, programma management en proces optimalisatie, brengt ze een uitgebreide set vaardigheden in elk project. Ze heeft oog voor detail en met haar data gedreven focus supports ze organisaties in het behalen van hun (duurzaamheids-) doelen.
Deel dit artikel

Er is nog veel ruimte voor verbetering in het circulair maken van de Nederlandse elektronicaketen. Een derde van de kleine elektronica belandt nog bij het ‘gewone’ afval en nieuwe producten bestaan voor slechts 15% uit secundaire materialen. Dit blijkt uit onderzoek van nlmtd in opdracht van Invest-NL. Verdere vooruitgang vraagt om samenwerking binnen de hele keten om circulariteit schaalbaar en investeerbaar te maken.
Nederland heeft zichzelf ten doel gesteld om tegen 2050 een volledig circulaire economie te hebben. Consumentenelektronica speelt hierin een hoofdrol: eerder onderzoek laat zien dat elektrische en elektronische apparaten verantwoordelijk zijn voor bijna de helft van de klimaatimpact van consumptiegoederen.
Kleine consumentenelektronica – denk aan smartphones, laptops, beeldschermen en kleine huishoudelijke apparaten – vormt bovendien de snelst groeiende stroom e-waste. Hierin schuilt ook een kans, omdat juist deze producten veel waardevolle en kritieke grondstoffen bevatten.
Invest-NL wilde daarom meer inzicht in de materiaalstromen van kleine elektronica. De financierings- en ontwikkelingsinstelling schakelde nlmtd in voor een onderzoek. Het adviesbureau bracht voor het eerst integraal en kwantitatief de materiaalstromen van kleine elektronica in kaart: van instroom en gebruik tot afdanking, hergebruik en recycling. Het onderzoek werd uitgevoerd door Marthe Posthumus en Kasja Oostindie.

Bron: InvestNL, nlmtd
De keten van kleine consumentenelektronica blijkt nog vooral lineair te functioneren. Slechts 15% van de nieuwe elektronica die in 2024 op de Nederlandse markt kwam, bestaat uit secundaire materialen. Hierbij gaat het vooral om staal, dat relatief makkelijk te recyclen is.
De markt voor hergebruik – reparatie, tweedehands en refurbishment – blijft nog relatief klein. Op basis van eerder onderzoek wordt geschat dat het gaat om ongeveer een vijfde van de elektronica (zowel groot als klein) die op de markt komt.
Refurbishment is in opkomst, maar beperkt zich tot duurdere apparaten zoals smartphones. “Producten onder de honderd euro worden nauwelijks gerepareerd”, vertelt nlmtd-consultant Kasja Oostindie. “Met de hoge Nederlandse arbeidskosten is het heel lastig om dat rendabel te maken.”
Een derde in de afvalbak
Van alle afgedankte kleine consumentenelektronica wordt 44% circulair verwerkt. “Nederland beschikt over een effectief inzamelnetwerk en een goed ontwikkelde verwerkingsinfrastructuur, waardoor een relatief hoog percentage van het ingezamelde afval wordt gerecycled”, schrijven de onderzoekers.

Bron: InvestNL, nlmtd
Deze efficiënte verwerkingsinfrastructuur heeft wel een keerzijde, stelt Oostindie: “We behoren tot de absolute wereldtop op het gebied van inzameling voor recycling, maar de keten is daar zo sterk op ingericht dat het hergebruik belemmert: zodra iets is bestemd als afval wordt het ook zo behandeld, en gaat het bijvoorbeeld kapot tijdens het transport. Zonde, want hergebruik is uiteindelijk beter dan recycling.”
Ook de bestaande wetgeving werkt hierin soms tegen. “We adviseren daarom om naast de standaarden en certificeringen die gelden voor het verwerken van elektronisch afval, minder complexe trajecten in te richten voor hergebruik en reparatie van afgedankte elektronica, om zo herstel en hergebruik te bevorderen.”
Een andere grote uitdaging is dat een groot deel van de elektronica de recyclingketen überhaupt niet bereikt: een derde (32%) belandt bij het ‘gewone’ rest- of bedrijfsafval. Consumenten gooien vooral kleine huishoudelijke apparaten en kabels weg, vanwege hun formaat en lage waarde. De onderzoekers adviseren om de correcte afgifte van afgedankte elektronica sterker te stimuleren en handhaven.
Kritieke materialen
Binnen het recyclingproces is ook nog ruimte voor verbetering, waaronder in het terugwinnen van kritieke materialen – een thema dat tegen de achtergrond van de oplopende geopolitieke spanningen en het streven naar een autonoom Europa des te urgenter wordt.
De meeste kritieke materialen bevinden zich in printplaten (PCB’s – printed circuit boards), waaronder koper, palladium, platina, nikkel, titanium, mangaan, antimoon en silicium. Van alle materialen in PCB’s wordt ruim een derde (36%) teruggewonnen.
Hierbij gaat het echter bijna volledig (35%) om koper, ijzer en aluminium. Een aanzienlijk deel van de 29 kritieke materialen in elektronisch afval wordt dan ook “niet of nauwelijks herwonnen”, blijkt uit het onderzoek.

Bron: InvestNL, nlmtd
“Je ziet hier een probleem dat op veel plekken speelt: er is nog geen sterke business case”, vertelt Oostindie. “Wat in het geval van kritieke materialen best opvallend is, gezien de schaarste. Een recyclingfabriek moet zich echter ergens op focussen, en dan zie je dat ze in de praktijk meestal kiezen voor waardevolle materialen als goud, zilver en palladium. De rest gaat dan verloren in het proces.”
Wil Nederland meer kritieke grondstoffen recyclen, dan adviseren de onderzoekers om in eerste instantie in te zetten op één of enkele kritieke materialen. “Zo kun je daar makkelijker extra vraag voor creëren en de benodigde technologie ontwikkelen, zodat je een sterke business case kunt bouwen.”
Verminderen, verlengen en sluiten
Al met al concludeert nlmtd dat Nederland zeker stappen zet richting circulariteit, maar ook nog voor grote uitdagingen staat: “De keten is momenteel vooral ingericht op economische groei in plaats van op waardebehoud, waardoor deze grotendeels lineair blijft functioneren.”
De aanbevelingen om van lineair naar circulair te gaan, zijn onder te verdelen in drie oplossingsrichtingen: het verminderen en verbeteren van grondstofgebruik, het verlengen van de gebruiksduur en het sluiten van kringlopen.

Bron: InvestNL, nlmtd
In zijn algemeenheid geldt dat het behalen van de doelstelling voor 2050 vraagt om systeemverandering – en daarmee ook om inzet en coördinatie van alle partijen in de keten: “Producenten, retailers, reparateurs, inzamelaars en overheden moeten actief samenwerken, financiële prikkels en regelgeving effectief inzetten, en technologische oplossingen opschalen”, aldus de auteurs.
Aan de voorkant van de keten kan de nieuwe ESPR (Ecodesign for Sustainable Products Regulation) gaan zorgen voor een versnelling. Met de halverwege 2024 in werking getreden regelgeving wil de EU circulariteit bevorderen door eisen te stellen aan het ontwerp, de repareerbaarheid en de levensduur van producten.
“Voor echte vooruitgang is het wel belangrijk dat producenten de ESPR integreren in hun ontwerpketen en niet enkel focussen op compliance”, stelt Oostindie. “De aanbevelingen die wij doen in het rapport sluiten hierop aan: circulair productontwerp en het gebruik van secundaire materialen dienen ook te worden gestimuleerd door financiële prikkels.”
Voortbouwen op initiatieven
Bij het realiseren van verbetering kan in veel gevallen worden voortgebouwd op bestaande initiatieven. Zo doet de coalitie Lang Leve Elektronica al onderzoek naar het schadevrij maken van retourlogistiek, waar momenteel nog veel waarde onnodig verloren gaat.
“Dit is slechts één voorbeeld van de vele mooie initiatieven die al lopen”, stelt Oostindie. “Die bieden zeker aanknopingspunten voor verdere verbetering. Om de hoge ambities te halen, zal daarin nog wel flink moeten worden opgeschaald.”
“Bovenal zal de keten beter moeten samenwerken”, geeft ze tot slot mee. “We hopen dat ons rapport daaraan bijdraagt. Er is nu voor het eerst een volledig overzicht van waar we staan als keten, en daarmee ook een beter beeld van wat er nog nodig is om circulair te worden.”
Het onderzoek is gebaseerd op data van verschillende partijen, verzameld met behulp van Stichting OPEN en Unitar (SCYCLE), en op vijftien semigestructureerde interviews. Benieuwd naar het hele rapport? Je vindt het hier.




