De energietransitie vraagt om een architectuur van verandering, niet om nóg een programma

Inspiratie

Sanne Russcher

Manager

Sanne is een gedreven, creatieve en betrokken leider, met ervaring op het gebied van verandermanagement, programma management en  teamontwikkeling. Met haar analytische blik legt Sanne de vinger op de zere plek en weet ze waardevolle veranderingen in gang te zetten. Ze zet haar vaardigheden graag in teamverband in, voor sociale vraagstukken zoals de energietransitie.

Deel dit artikel

In mijn werk als organisatieadviseur in de energiesector zie ik het steeds opnieuw gebeuren. Organisaties investeren fors in technologie, infrastructuur en programma’s om de energietransitie vorm te geven. Er wordt hard gewerkt, met betrokken en deskundige mensen. En toch komt het niet écht van de grond. Veranderingen blijven hangen in pilots, programma’s lopen vast in de lijn en medewerkers raken verandermoe. Soms lijkt het even de goede kant op te gaan, maar kijk je een jaar later terug, dan hangt de vlag er nog precies hetzelfde bij.

Wat in mijn beleving vaak ontbreekt, is zelden urgentie of vakkennis. Wat ontbreekt, is een doordachte architectuur van verandering.

Veranderen is geen project

De grootste misvatting die ik tegenkom, is dat verandering iets tijdelijks is. Iets wat je “ernaast” organiseert. Uitgebreid neergezet met een programmateam, een einddatum en een overdrachtsmoment. Dat werkt misschien bij een systeemimplementatie, maar niet bij de energietransitie. De energietransitie is geen project, maar een fundamentele systeemverandering. Zo’n transitie raakt strategie, operatie, cultuur, governance én identiteit. Dat vraagt om een andere vraag: hoe is verandering georganiseerd in onze organisatie? Wie neemt besluiten als de uitkomst onzeker is? Wie mag experimenteren? Wie bewaakt veiligheid, en wie mag daarvan tijdelijk afwijken?

Zolang die vragen impliciet blijven, zie ik hetzelfde patroon: innovatie bij een kleine groep voorlopers, maar voorzichtigheid in het hart van de organisatie.

De menskant is geen zachte kant

Ik hoor regelmatig: “We hebben de menskant ook meegenomen.” Daarmee wordt meestal communicatie bedoeld. Maar de menskant van de energietransitie gaat niet over informeren, het gaat over vakmanschap onder spanning.

Medewerkers moeten werken met nieuwe technologie, nieuwe wet- en regelgeving en tegenstrijdige belangen. Ze moeten keuzes maken zonder dat alles vastligt. In een sector die gewend is aan zekerheid, veiligheid en voorspelbaarheid. Dat doet iets met mensen.

Ik voel nog precies hoe het was om leiding te geven aan een nieuw team. Het kwam voort uit een succesvolle pilot, maar eigenlijk stond er nog niets. Ik stuurde een groep enorm betrokken mensen aan, die de lat hoog legden. Ze wilden het graag goed doen, liever gisteren dan vandaag al de expert zijn, zowel technisch volledig onderlegd zijn als ook de nieuwe processen en klantgesprekken beheersen. Daarbij kwam dat we ook nog onze positie in de organisatie neer moesten zetten. Van alle kanten werd aan ons getrokken en soms ook juist weggeduwd.

Als leider vond ik het één van de mooiste periodes uit mijn carrière. Onder druk manoeuvreren van oud naar nieuw, laten zien dat we stappen zetten en dan vooral op een duurzame manier richting de toekomst. Schaken op ontelbaar veel vlakken, maar bovenal: de mensen erbij houden. Ze horen, steunen, sturen, motiveren, soms weer boven water trekken en ze verbinden. Groeipijn was ons niet onbekend en alleen het omarmen ervan bracht ons verder.

Goed verandermanagement gaat niet over draagvlak organiseren, maar over ruimte creëren om te leren. Over leiders die het ongemak durven benoemen. Over teams die mogen oefenen, reflecteren en bijstellen. Over leiderschap dat niet alleen richting geeft, maar ook veiligheid organiseert.

Verankering vraagt om moed

Wat mij in de praktijk misschien wel het meest raakt, is dat mensen wel willen veranderen, maar dat de organisatie waarin zij werken daar (onbewust) nog niet voor is ingericht. Ik zie bevlogen professionals die elke dag zoeken naar nieuwe oplossingen, die verantwoordelijkheid voelen voor de energietransitie én voor hun vak. Maar ik zie ze ook vastlopen, omdat de structuren om hen heen hetzelfde blijven.

Rollen, overlegstructuren en besluitvorming zijn vaak nog ingericht op stabiliteit, controle en voorspelbaarheid. Daarmee leggen we een groot deel van de veranderopgave onbewust bij individuen. Bij de kartrekkers. De pioniers. De mensen die “het erbij doen”. Als je het dan over duurzame verandering hebt, dan is dit het niet. Want hoe betrokken de mensen ook zijn: zonder structurele steun putten ze uit, het maakt ze cynisch of het zorgt ervoor dat ze afhaken.

Echte verankering betekent dat je als organisatie verantwoordelijkheid terugneemt van het individu. Dat je expliciet kiest: verandering hoort bij het werk, niet bij jouw extra inspanning. Dit kun je bijvoorbeeld doen door besluitvorming zo in te richten dat onzekerheid geen reden is om stil te staan, dat je in overleggen werkvormen kiest waarbij de minderheid zich gesteund voelt of door KPI’s te herijken zodat ze niet alleen sturen op betrouwbaarheid maar ook op leren. Het betekent ook: leer- en reflectiemomenten niet afhankelijk maken van goede intenties, maar ze structureel organiseren. Stabiliteit en verandering bestaan naast elkaar en soms bijten ze elkaar. Dat is niet erg, het is een teken dat je als organisatie serieus aan het leren bent.

Verandering verankeren vraagt moed. Want structuur veranderen raakt mensen. Het raakt macht, verantwoordelijkheden en zorgvuldig opgebouwde routines. Het vraagt van leiders dat zij niet alleen richting geven aan de toekomst, maar ook het gesprek durven voeren over wat we loslaten, wat dat doet met mensen en welke steun daarvoor nodig is. Alleen daar, in dat ongemak, wordt verandering duurzaam.

De toekomst

Organisaties in de energiesector die de komende jaren succesvol willen blijven, hebben niet nóg een programma nodig. Ze hebben een heldere architectuur van verandering nodig: een samenhangend ontwerp waarin sturen, leren, beslissen en verankeren logisch met elkaar verbonden zijn. Veranderen wordt dan geen verstoring van het werk, maar onderdeel van het werk. En precies daar ligt wat mij betreft de sleutel om de energietransitie echt verder te brengen.

Meer inspiratie

Start vandaag nog met werken aan morgen.

TOP