
Marjolein ten Haaft
Manager
Marjolein heeft een passie voor de warmte– en energietransitie, ze is gespecialiseerd in het bepalen en uitrollen van de strategie en implementatieplannen voor de uitdagingen van warmtebedrijven, energieleveranciers en netbeheerders.
Deel dit artikel
Hoe bouw je vanuit het niets een compleet warmtebedrijf op? Voor deze vraag staan veel gemeenten en provincies, nu de nieuwe Warmtewet voorschrijft dat warmtenetten voor minimaal 51% in publieke handen moeten zijn. Eindhoven besloot niet af te wachten en richtte vorig jaar al Eindhoven Energie op. Vanuit nlmtd ondersteunden we de opbouw van de nieuwe organisatie. We spraken over de samenwerking met Ronald Zwart van Eindhoven Energie.
De energietransitie is in volle gang. Daarbij worden grote stappen gezet, maar moeten ook nog flinke obstakels worden overwonnen. Dit geldt ook bij de uitrol van warmtenetten. Door onder meer financiële onzekerheid voor warmtebedrijven, ongunstige wet- en regelgeving en hoge aansluitkosten voor consumenten zijn veel geplande projecten afgeblazen of gestrand.
De nieuwe Warmtewet, officieel genaamd de Wet collectieve warmte (Wcw), moet helpen om de warmtetransitie vlot te trekken. Een belangrijke bepaling is dat warmtenetten op termijn voor minimaal 51% in publieke handen moeten zijn, om zo de betaalbaarheid, betrouwbaarheid, toegankelijkheid te garanderen.
De Wcw gaat per 2027 in. Maar in Eindhoven was de oprichting van het eigen warmtebedrijf al een feit ruim vóórdat de wet eind 2025 werd aangenomen. “Er zijn hier zoveel ontwikkelingen dat de gemeente besloot om de wet niet af te wachten”, vertelt Ronald Zwart, Manager Processen en Projecten bij het nieuwe warmtebedrijf, genaamd Eindhoven Energie.
“Ten eerste ligt er een ambitieuze klimaatverordening, waarin is uitgesproken dat Eindhoven in 2050 CO₂-neutraal wil zijn”, legt hij uit. “Daarnaast gaat de stad flink groeien. Op een totaal van 120.000 woningen komen er de komende 20 à 25 jaar nog eens 40.000 bij. Voor al die woningen moet ook een aardgasvrije warmtevoorziening komen. Werk genoeg dus.”
Van nul naar warmtenet
Voordat die woningen op een warmtenet kunnen worden aangesloten, ligt er nóg een flinke klus: het opbouwen van Eindhoven Energie zelf. “Er komt nogal wat kijken bij het starten van een warmtebedrijf”, weet Ronald. “Zeker als gemeente die hier doorgaans helemaal geen ervaring mee heeft, weet je niet zomaar welke stappen je moet zetten en waar je moet beginnen.”
In het geval van Eindhoven Energie speelde mee dat er bij de oprichting direct een vijftal warmteprojecten klaarlag. Mede in dat kader wilde de organisatie komen tot één gestandaardiseerd proces. Hiervoor klopte Eindhoven Energie aan bij nlmtd.
“Zeker als we straks iets van veertig van die projecten hebben lopen, moet je standaardiseren om dat uitvoerbaar en kostenefficiënt te krijgen”, legt Ronald uit. “Daarom hebben we nlmtd gevraagd om te helpen bij het opstellen van het end-to-end proces.”
Ontwikkeling, realisatie, exploitatie
Nlmtd bracht alle belangrijke stappen in kaart die Eindhoven Energie moet zetten, van de ontwikkeling tot de realisatie en de uiteindelijke exploitatie van de warmtenetten.
“We begonnen met het ophalen van informatie, via interviews en de stukken die er al lagen”, vertelt Marjolein ten Haaft, Manager bij nlmtd. “Ook keken we onder meer naar de eisen van de nieuwe Wcw, de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie en de relatie met de gemeente. Mede op basis van onze uitgebreide ervaring binnen de warmtesector hebben we vervolgens een eerste opzet gemaakt van de end-to-end-procesketen.”
Cruciaal was de voortdurende afstemming met Eindhoven Energie. “In drie werksessies toetsten ze telkens met ons hele team wat ze hadden opgesteld en pasten het aan waar nodig”, vertelt Ronald. “Zo bleven we als opdrachtgever gedurende het hele traject actief betrokken en wisten precies wat we kregen aan het eind.”
“Dat is kenmerkend voor de nlmtd-aanpak”, reageert Marjolein. “We ontwikkelden het echt samen als team, zodat er aan het einde een gedragen product ligt dat nauw aansluit op de manier waarop het warmtebedrijf wil gaan werken.”
Handboek
Een van de eindproducten heeft de vorm van een digitaal handboek, waarin het proces van ontwikkeling, realisatie en exploitatie is geformaliseerd. Het eerste deel is gestructureerd aan de hand van acht belangrijke beslismomenten.
“Dit zijn de typische ‘go/no go’-momenten”, vertelt Ronald. “Per beslismoment staat heel duidelijk beschreven welke informatie we moeten hebben om dat besluit te nemen en wie dat besluit neemt. Aan de hand van jouw rol kun je heel makkelijk filteren welke deliverables in welke fase onder jouw verantwoordelijkheid vallen.”
“Vroeg in het traject ligt de nadruk op de technische uitwerking”, legt hij uit: “‘Is dat technisch ontwerp voldoende uitgewerkt?’ Gaandeweg komt daar een steeds completer financieel plaatje bij: ‘Wat gaat het kosten als we het zo en zo doen?’ Het grote investeringsbesluit komt als je overgaat van ontwikkelen naar realiseren. Dan ga je echt alle materialen bestellen en de boel aanleggen.”
Je kunt niet alles van tevoren exact uitdenken, je blijft gaandeweg leren. Het handboek biedt ons daarbij een praktische leidraad.
- Ronald Zwart (Eindhoven Energie)
Het tweede deel van het handboek zet uiteen wat voor organisatie vereist is om alle beschreven stappen te kunnen doorlopen: op welk moment heb je welke expertises nodig, welke werkafspraken maak je, wat is de vergaderstructuur?
Tot slot heeft nlmtd een roadmap opgesteld, die op een rij zet wat Eindhoven Energie maand voor maand moet gaan oppakken en hoe het handboek daarbij kan worden gebruikt. “Samen helpen het handboek en de roadmap ons bij het opbouwen van de organisatie”, aldus Ronald.
Zelf kennis opbouwen
Daar is Eindhoven Energie momenteel volop mee bezig. De tweede helft van dit jaar moet de eerste schop in de grond voor de eerste twee warmteprojecten: één voor nieuwbouw en één voor bestaande bouw.
“In de aanloop daarnaartoe zijn we de organisatorische aspecten die in het handboek staan beschreven aan het inrichten en de processtappen en beslismomenten gaandeweg aan het implementeren”, schetst Ronald.
Onderdeel daarvan is óók dat het handboek intern wordt bijgeschaafd. Niet omdat er iets aan schort, maar om het nog meer eigen te maken. “Dat is juist essentieel”, benadrukt Marjolein. “Om het in de praktijk te toetsen en aan te passen aan de eigen manier van werken, de eigen terminologie. Dat is ook een manier om de kennis te internaliseren.”
Niets is dan ook zo belangrijk als zelf de benodigde kennis opbouwen. Iets wat lastig kan zijn voor lokale overheden. “Ook voor ons was het soms een uitdaging om voldoende inhoudelijke expertise in te brengen”, erkent Ronald, die zelf toch twintig jaar ervaring heeft binnen de energiewereld. “Dan is het heel waardevol om een bureau met diepgaande kennis van de sector in te schakelen, zoals nlmtd, maar je moet je als organisatie wel in staat zijn zo’n handboek te interpreteren.”
Pionieren
Gemeenten en provincies die ook een warmtebedrijf willen beginnen, moeten dan ook zeker vaste medewerkers binnenhalen met voldoende ervaring. “En dan nog is het pionieren”, geeft hij aan. “Je kunt niet alles van tevoren exact uitdenken, je blijft gaandeweg leren. Het handboek biedt ons daarbij een praktische leidraad.”
“Eindhoven Energie loopt landelijk ook wel voorop”, vult Marjolein aan. “Dat maakt het extra uitdagend. Je ziet ook dat andere gemeenten kijken naar Eindhoven: ‘Hoe doen ze het daar? Wat kunnen wij ervan opsteken?’ En dat is natuurlijk heel goed: door heel het land spelen dezelfde uitdagingen, dus dan is het heel belangrijk om van elkaar te leren.”
Nlmtd draagt graag bij aan deze warmtetransitie, door publieke warmtebedrijven te ondersteunen in de opbouw en professionalisering van hun organisatie. Met diepgaande kennis van de energie- en warmtesector en ervaring met het maken én realiseren van strategie, governance en organisatiegroei, helpen onze experts gemeenten en warmtebedrijven om publieke ambities te vertalen naar een werkbare en schaalbare praktijk.
“En door onze focus op nauwe samenwerking en kennisoverdracht kunnen we beginnende organisaties op weg helpen in hun ontwikkeling tot toekomstbestendige warmtebedrijven”, aldus Marjolein.






